Contact houden met jezelf is misschien wel het moeilijkste wat er is. Niet omdat je niet weet wie je bent, maar omdat je zo vaak wordt meegenomen in alles wat er om je heen gebeurt. Verwachtingen, prikkels, emoties, verantwoordelijkheden, ze trekken allemaal aan je aandacht. Voor je het weet leef je op de automatische piloot, en ben je een beetje uit verbinding met jezelf geraakt.
Het vraagt iets wat in onze wereld niet altijd vanzelfsprekend is: blijven voelen. Niet weggaan van wat er in je leeft, maar er juist bij blijven. Ook als het ongemakkelijk is. Ook als het druk is. Ook als je eigenlijk liever dóórgaat.
Contact houden met jezelf vraagt ook dat je blijft luisteren. Naar die subtiele signalen van je lichaam. De spanning in je schouders. De onrust in je buik. De vermoeidheid die je misschien probeert te negeren. Het zijn geen toevalligheden, het zijn manieren waarop je systeem met je communiceert.
En misschien wel het lastigste: blijven vertragen. Terwijl alles in jou en om je heen sneller lijkt te gaan. De wereld vraagt om reageren, presteren, schakelen. Maar jouw systeem vraagt iets anders: aanwezigheid.
Juist in die spanning tussen die twee ontstaat de uitdaging. Hoe blijf je bij jezelf, terwijl alles je uitnodigt om ervan weg te gaan?
Gelukkig is er altijd iets dat je terugbrengt. Iets eenvoudigs, iets wat je altijd bij je hebt, ongeacht waar je bent of wat er gebeurt.
Je adem.
Je adem is geen trucje of iets dat je moet ‘doen’. Het is een anker dat je uitnodigt om terug te keren naar het moment. Elke bewuste inademing en uitademing is een herinnering: je bent hier. Je hoeft niet te rennen. Je hoeft niet op te lossen wat er allemaal speelt. Je mag even landen.
En precies daar, in die eenvoud, ontstaat weer contact met jezelf. Niet door harder je best te doen, maar door aanwezig te zijn met wat er al is.
Misschien is dat wel de echte oefening in het leven: steeds opnieuw terugkeren. Niet perfect, niet constant, maar telkens weer. Via je adem.


